De kerktoren zal nog lang het middelpunt zijn van de meeste dorpen. Ook in de steden zullen de kerken nog geruime tijd een belangrijke plaats innemen in elke wijk. Maar niet elke kerk wordt nog gebruikt voor de eredienst. Minder priesters, minder gelovigen, minder vrijwilligers, het is niet zonder gevolgen gebleven. Een groeiend aantal kerken is ontwijd en heeft een andere bestemming gekregen als hotel, bibliotheek, boekenwinkel, kunstencentrum, ontmoetingsplek, microbrouwerij … Afbraak is meestal niet aan de orde, gelukkig maar. Een kerkgebouw heeft blijkbaar een onvervangbare plaats in het patrimonium van een wijk of een dorp, zelfs als het gebouw niet meer voor de eredienst gebruikt wordt.
In de laatste dagen van augustus van het jaar 70 – ongeveer veertig jaar na de dood van Jezus – werd Jeruzalem, inclusief de tempel, volledig in de as gelegd door de Romeinen. Honderdduizend inwoners en verdedigers van de stad kwamen om het leven. De overlevenden werden verkocht als slaven. Het was een zeer zware klap voor de Joden en hun godsdienst, een drama waarbij de gebeurtenissen in onze kerk vandaag volledig verbleken.
In het evangelie van zondag horen we hoe de leerlingen van Jezus in bewondering stonden voor de pracht van de tempel in Jeruzalem. Jezus zei dat er een dag zou komen waarop geen steen van de tempel nog op de andere zou blijven, en alles zou worden afgebroken. Jezus was geen helderziende, en het is onduidelijk of Lucas, bij het schrijven van het evangelie, op de hoogte was van de vernieling. De woorden van Jezus raakten de leerlingen sterk. Ze kunnen ons ook wakker schudden. Zou het einde van de tempel ook het lot kunnen zijn van onze kerken, van onze godsdienst?
De tempel in Jeruzalem is nooit herbouwd. De Joodse godsdienst is er toch in geslaagd om zonder tempel te blijven bestaan. Er zijn immers altijd ook synagogen geweest, gebouwen waar de gelovigen samenkomen in een dienst om te zingen, te bidden en te lezen uit de bijbel. Ook als er geen rabbijn is, kan de dienst doorgaan. Jezus was regelmatig in een synagoge te vinden om voor te lezen en te prediken. Anders dan in de tempel is er in de synagoge geen plek voor offers, geen speciale plaats waar God verblijft, en zijn er geen priesters. De Joodse godsdienst heeft ook een belangrijke plaats thuis, in de huiskamer, in gebeden en rituelen.
Waarschijnlijk zijn ook voor onze christelijke godsdienst de priesters niet onontbeerlijk. Er zijn vandaag vele mensen die zich verdiept hebben in godsdienstwetenschappen of theologie, en ze zijn hoegenaamd niet allemaal priester. Hun kennis en bezieling is van groot belang voor de christenen, en die wordt vandaag misschien niet voldoende naar waarde geschat. Ook thuis en op het werk zijn er velen die het belangrijk vinden om eerlijk en respectvol te leven, met oog voor de noden van mensen, vanuit het voorbeeld van Jezus. In al deze mensen is God werkzaam. In al deze mensen zal God blijven leven onder ons. (Lc 21, 5-19)