Voor altijd

De heerlijkste tijd van het schooljaar was voor mij, toen ik nog jong was, de vakantietijd. Vooral de grote vakantie, die twee heerlijke maanden in de zomer, dat was top. Maar als die vakantie naar haar einde liep, dan werd ik ook weemoedig. Ik had er last mee dat die mooie tijd uiteindelijk weer eindigde. Waarom moest het stoppen, waarom kon het niet blijven duren, voor altijd?

Het is een diepe wens in elk van ons dat het mooie en goede kan blijven duren. Dat wordt vooral concreet en zichtbaar als twee mensen huwen. Ze willen voor altijd samenzijn met die ene, unieke persoon die ze graag zien, en door wie ze graag gezien worden. Het is hun droom dat het voor altijd is, dat het nooit zal stoppen. De klassieke formule ‘tot de dood ons scheidt’ klinkt op dat moment eigenlijk totaal ongepast, omdat de geliefden zelfs die dood niet als een breekpunt willen zien. Hun liefde gaat daar los over, doorheen. De dood zal hun liefde nooit kunnen tegenhouden.

Hoe moeten we ons dat dan voorstellen, die liefde overheen de dood? Dat is lastig. In het evangelie van zondag krijgt Jezus die vraag ook voorgeschoteld. Gedurende vele eeuwen heeft de godsdienst over het leven na de dood mooie voorstellingen gemaakt die miljoenen mensen geïnspireerd hebben en een hart onder de riem hebben gestoken. Vaak waren het beelden van samenzijn en heerlijk tafelen. De dood werd daarmee niet aantrekkelijk gemaakt, maar ze werd minder afschrikwekkend dan vandaag. De dood had een plaats gekregen die ze vandaag helemaal kwijt is. 

Zonder godsdienst lijkt er voor de dood geen ruimte meer te zijn. Zo komt het dat vandaag geen kost te hoog is om de dood te vermijden. Om het coronavirus af te remmen was zelfs een peperdure wereldwijde lockdown vanzelfsprekend. Maar zoals ik leerde dat de vakantietijd eindig is en daarom zo aantrekkelijk, zo moeten we ook leren denken over leven en dood.

Er wordt vaak gezegd dat het geld de wereld doet draaien. Nee, het is de liefde die de wereld doet draaien. Het is de liefde, haar kennen en haar ontberen, die alles stuwt. Wie de liefde kent, is in staat tot grote dingen. Wie de liefde ontbeert is in staat tot het lelijkste. Wie geen liefde kan geven en krijgen, zoekt compensatie in geld, macht en geweld. Het is de liefde die alles doet leven, en waar geen liefde is, verwelkt het leven in frustraties, teleurstellingen en oorlog. 

Wie graag ziet en graag gezien wordt, die weet dat je liefde niet klein krijgt door afstand of door tijd. Er is niets dat zo sterk is als liefde, en zelfs bij grote tegenslagen kan ze standhouden, ook bij de dood. Al het lichamelijke en materiële sterft af bij de dood, maar de liefde blijft levend. Liefde tussen mensen stopt niet als een van hen overlijdt. Op die manier zijn vele gestorven mensen toch nog in leven: ze blijven liefde geven en liefde krijgen. (Lc 20, 27-38)