Er is weinig dat we weten van Johannes de Doper, behalve misschien dat hij een roeper was in de woestijn. Het is duidelijk dat hij een roeping had. Hij wilde zijn volksgenoten aanmanen en overtuigen om weer rechtvaardig te leven. Er was een vuur dat in hem brandde, hij moest die boodschap brengen, hij had geen andere keuze.
Zo is dat met mensen die een roeping hebben. Hun roeping is niet vrijblijvend, ze kunnen er niet aan weerstaan. Ze moeten handelen. Voor wie het niet kent, is het wat vreemd. Mensen met een roeping hebben een levensideaal, een opdracht, een zending. Die duidelijke zingeving in hun leven is tegelijk ook aantrekkelijk. Want allemaal zijn we op zoek naar de diepe zin en betekenis van ons leven, naar onze bestemming. Allemaal willen we weten waartoe we geroepen zijn, wat onze roeping is.
Af en toe zijn we ons ervan bewust dat we niet op de juiste weg zitten. In de adventstijd worden we daar uitdrukkelijk aan herinnerd. Johannes de Doper had zijn keuze gemaakt. Velen uit de streek kwamen naar hem luisteren en lieten zich dopen: door zijn woorden voelden ze zich geroepen om anders te gaan leven.
Leden van de vrome geestelijkheid kwamen ook een kijkje nemen. Johannes twijfelde echter aan hun goede intenties. Ook al zou het hun roeping moeten zijn om God te dienen, ze dienden vooral zichzelf. Ze waren bovenal geïnteresseerd in het tonen van hun uitmuntendheid. En dat heeft niets met roeping vandoen.
Het is kenmerkend voor een roeping dat die niet over jou gaat, niet over jouw belangen. Een roeping overstijgt je, gaat boven jezelf uit. Je bent als het ware slechts een werktuig. Daarom zit de roeping doorgaans in een opdracht naar andere mensen: zorgen, schoonheid maken, onderwijzen, genezen, bouwen, helpen. Een roeping gaat nooit over geld of winstbejag, nooit over eigenbelang.
Wie werkt vanuit een roeping kan dus niet gemotiveerd worden door een hoger loon. Het loon moet correct zijn, maar het heeft geen enkele band met de roeping, het staat er los van. In de zorgsectoren, waar vele mensen werken met een roeping, zal je dus zelden hoge lonen vinden. Omgekeerd zal je veel hoge lonen vinden in sectoren waar de job niets met een roeping te maken heeft.
‘Ja’ kunnen antwoorden op je roeping, dat geeft een grote voldoening. Het is een ervaring van eenheid tussen hart, hoofd en handen. Het gaat niet zozeer over wat je graag doet. Het gaat vooral over het mogen en kunnen doen wat je belangrijk en zinvol vindt.
Door wie of wat worden mensen geroepen? Waarschijnlijk zijn het vooral de noden en behoeften van andere mensen die klinken als een oproep. Wie religieus gevoelig is, zal aangeven dat de roep van God komt, dat het zijn stem is die klinkt. Want eigenlijk is enkel God in staat om voor jou helder te maken hoe jij met je talenten een unieke en waardevolle rol kan hebben in de wereld. (Mt 3, 1-12)